15 sep Virtual warehousing: het netwerk als magazijn
Waar de voorraad ligt, doet er niet meer toe
Bedrijven met voorraad op meerdere plaatsen komen vroeg of laat bij dezelfde vraag uit: centraliseren of spreiden. Is ook de combinatie mogelijk: een netwerk van voorraadpunten dat je aanstuurt alsof het één magazijn is? Waar de goederen liggen doet er dan niet toe, als ze maar op tijd bij de klant zijn.
Die voorraadpunten kunnen distributiecentra zijn, maar ook winkels die weborders uitleveren, een regionaal netwerk van servicelocaties, of voorraad die nog bij je leverancier ligt. De schaal verschilt, het vraagstuk niet.
Dat heet virtual warehousing en het lost een probleem op waar de klassieke structuren op vastlopen.
Waarom centraliseren botst met snelheid
De klassieke opzet is voorraad dicht bij de klant, met het volledige assortiment per locatie. Dat kost veel voorraad, want elk punt houdt zijn eigen buffer aan. En als een klant iets bestelt dat net op is in zijn regio, kan hij niet beleverd worden terwijl het product elders wel ligt.
Het alternatief is centraliseren: één distributiecentrum, veel minder voorraad, hetzelfde serviceniveau. Maar dan krijg je lange transportbewegingen. Een klant in Spanje bestelt een in Spanje geproduceerd artikel, dat tussendoor heen en weer pendelt naar het Europese distributiecentrum in Nederland.
Beide structuren lopen vast op dezelfde ontwikkeling. Orders worden kleiner, het afzetgebied wordt groter en de levertijd moet korter. Dunne stromen over grote afstanden — daar is geen van beide op ingericht.
Het netwerk als magazijn
Virtual warehousing behandelt voorraadpunten als netwerk. Voorraad blijft bij voorkeur dicht bij de bron. Komt er een order binnen, dan bepaalt het systeem vanuit welke locatie geleverd wordt en hoe goederen het efficiëntst door het netwerk bewegen.
Drie mechanismen maken dat werkbaar:
Cross-dock. Is er onvoldoende volume voor een volle vracht van Finland naar Spanje, dan cross-dock je in Nederland. Op beide deeltrajecten rijd je zo wel vol.
Consolidatie. Goederen voor één order komen uit verschillende locaties samen op een punt nabij het afleveradres, waar ze eventueel klantspecifiek worden gemaakt voordat ze naar de klant gaan.
Vooruitgeschoven voorraad. Zonder voorraad in de buurt van de klant loopt de levertijd op. Een beperkte buffer nabij afzetgebieden overbrugt de aanvultijd. Klein in vergelijking met volledige lokale voorraden, dus de totale voorraad blijft laag.
Wat het oplevert
| Lokale voorraad | Centrale voorraad | Netwerk | |
| Levertijd | 1-2 dagen | 1-5 dagen | 1-3 dagen |
| Voorraadbeschikbaarheid | Regionaal | Volledig | Volledig |
| Voorraadkosten | Hoog | Laag | Laag |
| Inbound transport | Hoog | Geconsolideerd | Laag |
| Outbound transport | Laag | Hoog | Geconsolideerd |
| Warehousingkosten | Hoog | Laag | Hoog |
Lokale voorraad is het snelst, maar duur: elk punt houdt zijn eigen buffer aan, en toch kan een klant misgrijpen omdat het artikel net elders ligt. Centrale voorraad draait dat om — lage voorraadkosten, volledige beschikbaarheid, maar een levertijd die oploopt met de afstand.
Een netwerk haalt het beste van beide. De levertijd benadert die van lokale voorraad, terwijl de voorraadkosten op centraal niveau blijven. Daar staat tegenover dat de warehousingkosten stijgen, want je hebt meer locaties nodig. Die investering moet terugkomen uit hogere service en betere beladingsgraden.
Niet alle voorraadpunten zijn van jou
Het principe reikt verder dan je eigen magazijnen. Een retailer die weborders uitlevert vanuit winkelvoorraad past het toe op regionale schaal: de winkel is dan een vooruitgeschoven voorraadpunt met een korte lijn naar de klant en beschikbare voorraad van winkeldochters. Een groothandel die rechtstreeks laat leveren vanuit de voorraad van zijn leverancier doet in feite hetzelfde.
Zodra locaties van verschillende partijen zijn, komt er wel iets bij. Je hebt zicht nodig op voorraad die je niet zelf beheert, en afspraken over wie wanneer wat verstuurt. Dat vraagt heldere SLA’s en diepgaande systeemkoppelingen.
De business case verandert niet. Elk extra voorraadpunt verhoogt de voorraadbeschikbaarheid. De vraag is of het opweegt tegen de kosten.
Amazon: het netwerk als bedrijfsmodel
Amazon heeft dit doorgevoerd tot in het extreme. In Duitsland staan 23 fulfilmentcentra. Welk fulfilmentcenter een order uitlevert is een uitkomst van het systeem, niet van een vaste regio-indeling.
Ligt de hele order in één FC, dan heeft dat de voorkeur: één picklocatie, één zending, geen consolidatie. Toen ik in een Amazon fulfilment center rondliep viel mij de bakkenstroom vanuit andere FC’s op. Moet de order uit meerdere FC’s komen, dan kost dat een extra dag levertijd om de orderregels samen te brengen. Daarnaast weegt het systeem de beschikbare verwerkingscapaciteit per FC mee. Zo wordt het werk verdeeld tussen de fulfilmentcentra.
Voor Prime-klanten ligt dat anders. Zij hebben recht op next-day levering, dus voor consolidatie over meerdere FC’s is dan geen tijd en kan de klant meerdere pakketjes aan de deur krijgen.
Kramp: hetzelfde principe, andere schaal
Kramp doet hetzelfde op Europese schaal. De technische groothandel levert een breed assortiment onderdelen aan de landbouwsector in heel Europa, met kleine orders en korte levertijden.
Kramp gebruikt een order-managementsysteem dat centraal bepaalt vanuit welk DC de orders worden beleverd. ’s Nachts rijden er pendels om de goederen uit te wisselen tussen de DC’s. Zo combineren zij een hoge leverbetrouwbaarheid met lage voorraadkosten.
De vraag is niet of het kan
Order-managementsystemen zijn inmiddels volwassen geworden, met leveranciers die deze functionaliteit standaard leveren. De regielaag tussen ERP en WMS koop je tegenwoordig.
Is een netwerkstructuur voor jou interessant? Het betaalt zich terug bij meerdere voorraadpunten, een breed assortiment, kleine orders met meerdere regels, korte levertijden en een groot afzetgebied. Bij grote orders en ruime levertijden is centrale voorraad bijna altijd goedkoper.
Over de auteur
Jeroen van den Berg is auteur van Highly Competitive Warehouse Management en promoveerde aan de Universiteit Twente op warehouse-algoritmen. Sinds 1997 adviseert hij bedrijven over magazijnoptimalisatie en WMS, vanaf 2001 met zijn eigen bureau. Hij ontwikkelt Metrica, een Warehouse Optimization System.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.