|
Wie zijn Logistic Execution Software - een WMS of TMS - wil uitbreiden met een mobiele datacollectie-oplossing, krijgt daarbij ook te maken met interfacing. Wat komt er precies kijken bij het koppelen van bijvoorbeeld RF of Voice aan een warehousemanagement- of handhelds aan een transportmanagementsysteem?
“Aan de implementatie van een mobiele datacollectietoepassing gaat altijd de vraag vooraf wàt je wilt registeren, op welke momenten en waarom. Dat bepaalt je businesscase”, stelt Jeff van Hek van AIDC-consultants, momenteel werkzaam als interim-projectleider bij TNT Post Pakketservice. Deze logistiek dienstverlener start binnenkort met de implementatie van een mobiele oplossing met handhelds voor 2.200 chauffeurs. De volgende stap is het beschrijven van de processen en bekijken waar en hoe deze zijn te ondersteunen door een mobiele oplossing. Van Hek: “Van belang is niet alleen de bestaande processen helder in kaart te brengen, maar vooral te zoeken naar het ideale werkproces dat met de mobiele toepassing mogelijk wordt. Daar rolt de precieze functionaliteit van het systeem uit.” Dit blijkt in de praktijk nog vaak lastig. “Veel bedrijven kennen niet alle mogelijkheden van bijvoorbeeld spraakherkenning of een handheld”, is de ervaring van Van Hek. “Of ze onderschatten de impact op de processen.” TweedelingBij de implementatie van een mobiele datacollectie-oplossing komt ook de interfacing met het WMS of TMS aan de orde. Hier is een duidelijke tweedeling zichtbaar: de situatie in een warehouse is anders dan wanneer chauffeurs het magazijn verlaten en met handheld terminals de weg opgaan. “Een WMS is meestal voorbereid op technieken zoals Radio Frequency scanning”, vertelt WMS-specialist Jeroen van den Berg, directeur van adviesbureau Jeroen van den Berg Consulting. “De functionaliteit is in het WMS ‘ingebakken’, zodat alleen de apparatuur erop hoeft te worden aangesloten.” Bij jongere technologie, zoals Voice en RFID, is dat nu nog niet altijd het geval. Dan is een tussenlaag aan software nodig die de communicatie met het WMS en de aansturing van de mobiele apparatuur verzorgt. Deze software wordt aangeduid als middleware of ‘logistic execution system’. De interface tussen het WMS en de middleware is meestal een stukje maatwerk dat op uurtariefbasis ontwikkeld wordt en waarvoor de leveranciers van de verschillende systemen samen om de tafel moeten, bij voorkeur onder leiding van één hoofdaannemer. “De inzet van middleware in een warehouse is een suboptimale oplossing”, stelt Van den Berg. “Als de functionaliteit van de mobiele toepassing is geïntegreerd in het WMS heb je via één standaardsysteem het totaaloverzicht op je warehouse-operatie. De software weet precies wat waar ligt en wat overal gebeurt. Op basis hiervan kunnen betere keuzes gemaakt worden dan wanneer je een deel van de intelligentie overhevelt naar een ander – vaak maatwerk - systeem dat een veel beperkter zicht op het geheel heeft.” Van den Berg ziet dat WMS-leveranciers druk bezig zijn om de nieuwe technieken in hun WMS op te nemen. Procesmatig interfacenAls het gaat om het koppelen van handheld terminals aan een TMS geldt dat er in de meeste gevallen geen standaardfunctionaliteit in het administratieve systeem aanwezig is. Ook hier is dus een aparte oplossing nodig die informatie uitwisselt met het TMS en de mobiele apparatuur. Deze software wordt vaak tegen vaste licentiekosten aangeboden. Net als bij middleware is de interface tussen het TMS en de mobiele oplossing veelal maatwerk dat apart in rekening wordt gebracht. Daarnaast is voor de communicatie met de mobiele terminals een abonnement op een extern communicatienetwerk nodig. Momenteel is dat meestal GPRS, waarbij een flat fee – een vast bedrag per maand – voor de communicatie wordt betaald. “De techniek van interfacen tussen een mobiele oplossing en een TMS verschilt maar weinig van het koppelen met een WMS”, vertelt Jan Vieveen, ICT-consultant in transport en logistiek. “Het onderscheid zit vooral in het procesmatig interfacen van handhelds met een TMS. Dat is vaak ingrijpender dan in een warehouse-situatie.” Vieveen merkt dat veel bedrijven alleen verwachten dat wat ze vroeger op papier hadden, zoals een ritlijst met orders en handtekeningen van de ontvangers, nu digitaal komt. “Maar je stapt over op een realtime bedrijfsvoering en moet je processen daarop aanpassen”, stelt Vieveen. “Vooraf moet op allerlei situaties worden geanticipeerd, zoals hoe registreer je afwijkingen, wat doe je met spoedorders of hoe reageer je op orders die te laat dreigen te komen. En hoe werk je verder als een handterminal tijdens de rit uitvalt of de verbinding wegvalt.” Vieveen geeft aan dat als de nodige aandacht wordt besteedt aan zowel de technische als procesmatige interface, een bedrijf met een mobiele oplossing een krachtig hulpmiddel in handen krijgt. “Je kunt al tijdens de operatie bijsturen en zo veel onnodige kosten voorkomen.” Bron: Mobiel bij de LES
|